NatGeo – Als ik een proefaap zou zijn

Als ik een aap zou zijn in een lab, is er een kleine kans dat je me zo gek krijgt mee te werken aan proeven. Alleen tegen een flinke beloning. Sappig fruit of frisse noten. Voor een beetje water kom ik mijn hok niet uit. Tenzij… ik vreselijke dorst heb.

Dat is precies wat er gebeurt met proefapen. Apen die worden gebruikt door de Radboud Universiteit Nijmegen en andere laboratoria, zitten op een strikt waterdieet. Ze krijgen ongeveer een glas water per dag, en als ze meewerken aan proeven, een slok extra.

Dat dieren worden gebruikt voor proeven is algemeen bekend. De apen voor het onderzoek in Nijmegen worden ingezet om meer inzicht in ziekten als parkinson en alzheimer te krijgen. Dat onderzoek is belangrijk. Maar toch: hoe nobel het doel ook is, zou het anders kunnen?

In 1920 voerde gedragsdeskundige John Watson een baanbrekend onderzoek uit. Hij ontdekte dat we, zonder dat we het doorhebben, allerlei verbanden leggen tussen prikkels en gedrag. Als je al eens flink ziek geweest bent van een mossel, bijvoorbeeld, word je daarna ook misselijk bij de gedachte aan oesters, gamba’s of kreeften op je bord. Ben je ooit gebeten door een grote zwarte hond, dan loop je vervolgens voor alle honden een blokje om.

Maar de onderzoeksmethode van Watson is hem in latere jaren niet in dank afgenomen. Hij gebruikte voor zijn experiment ‘little Albert’, een baby van negen maanden oud. Bij de proeven werd Albert op een kleedje gezet en kreeg hij een zacht dekentje en verschillende dieren te zien: een witte rat, een konijn, een aapje. Aanvankelijk reageerde hij vrolijk en nieuwsgierig en probeerde hij met de dieren en het dekentje te spelen.

Later veranderde Watson de situatie. Albert kreeg een rat te zien, waar hij eerst steeds vol enthousiasme op afging. Maar Watson liet hem elke keer schrikken door vlak achter zijn hoofdje met een hamer op een metalen plaat te slaan. Het harde geluid maakte baby Albert bang: hij huilde en kroop weg.

Na een paar keer was het niet meer nodig om het geluid te laten horen om Albert bang te maken: zodra hij de rat zag, begon hij te huilen. Blijkbaar had de baby een verband gelegd tussen de rat en het harde geluid. Bovendien ontdekte Watson dat de baby niet alleen huilend wegkroop bij het zien van een rat, maar ook bij de aanblik van de aap, konijn en zelfs het zachte dekentje.

Tegenwoordig zou dit onderzoek de regels van de ethische commissie niet doorstaan. Gelukkig maar. Want wetenschappelijke vooruitgang kent grenzen. De regels die onderzoekers worden opgelegd, dwingt hen met creatieve methoden te komen. Ondanks deze opgelegde beperkingen, worden er nog steeds spectaculaire onderzoeksresultaten behaald.

Een aap een eerste levensbehoefte structureel ontzeggen, getuigt van weinig creativiteit en mededogen. Je maakt mij niet wijs dat er geen andere methoden zijn om de apen te laten meewerken.

150 jaar geleden werd in Nederland de slavernij afgeschaft. Honderd jaar geleden kregen vrouwen het recht om te stemmen. Toen veertig jaar geleden alcohol achter het stuur verboden werd, riep dit aanvankelijk veel verontwaardiging op onder de Nederlandse bevolking. De mens verandert. Het is daarom hopelijk een kwestie van tijd voordat er een einde wordt gemaakt aan het gebruik van proefdieren.

Totdat het zover is, hoop ik dat apen in laboratoria gewoon te drinken krijgen. Want wetenschappers zijn intelligent genoeg om een aap op een andere manier uit zijn hok te krijgen.

http://www.nationalgeographic.nl/artikel/als-ik-een-proefaap-zou-zijn

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s